tel 071 40 102 10 • info@qp-advies.nl

Juni 2012

Op de hoogte
In de diepte | Het nieuwe pensioenstelsel
Renteverwachting hypotheken
Overzicht spaarrente


Op de hoogte

Aanpassing AOW-leeftijd
In het Lenteakkoord zijn de vijf coalitiepartijen overeengekomen de AOW-leeftijd in 2013, 2014 en 2015 met een maand te verhogen. Daarna volgen drie jaarlijkse stappen van twee maanden, om in 2019 een leeftijd van 66 jaar te bereiken. De AOW-leeftijd stijgt in 2023 naar 67 jaar en wordt daarna gekoppeld aan de levensverwachting.  Inmiddels heeft de Raad van State een advies gepubliceerd waarin zij waarschuwen voor grote inkomensproblemen bij bijna-gepensioneerden. Deze groepen hebben weinig tot geen gelegenheid om zich hierop voor te bereiden. De raad is wel positief over de verhoging van de AOW-leeftijd, maar vindt een invoering per 2014 een beter idee.

Beperking hypotheekrente aftrek
De beperking van de hypotheekrente aftrek, zoals afgesproken in het begrotingsakkoord, wordt pas na de verkiezingen behandeld door de Tweede Kamer. De partijen hebben meer tijd nodig om de plannen verder uit te werken. Het voorstel is dat vanaf januari 2013 nieuwe hypotheken gedurende de looptijd van 30 jaar volledig en ten minste volgens een annuïtair aflossingsschema moeten worden afgelost, wil men in aanmerking komen voor de hypotheekrente aftrek. Voor bestaande hypotheken verandert er niets.

Overdrachtsbelasting
Per 15 juni 2011 heeft de overheid, om de woningmarkt een impuls te geven, de overdrachtsbelasting tijdelijk verlaagd van 6% naar 2%. Op 25 mei jl. heeft de Staatssecretaris van Financiën besloten dat deze tijdelijke regeling een definitieve verlaging van het tarief wordt.

Voorstel starterslening niet voor nieuwbouw Katwijk
De gemeente Katwijk heeft voorlopig besloten om startersleningen uitsluitend beschikbaar te stellen voor de aankoop van bestaande woningen. De gemeente wil, alvorens een definitieve bestemming te geven aan de resterende middelen, eerst de besluitvorming rond de gemeentelijke woonvisie afwachten. Reden hiervoor is het beperkte budget. Daarnaast leveren starterswoningen in de nieuwbouw niet of nauwelijks doorstroming op, terwijl de starterslening tot doel heeft de doorstroming te bevorderen.

Onrust op de financiële markten
De laatste weken is de onrust op de financiële markten opnieuw  opgelaaid. Wederom staat Griekenland centraal, ditmaal geflankeerd door Spanje (een aantal weken geleden was dat nog Italië). Steeds openlijker wordt gesproken over een vertrek van Griekenland uit de EU. Daarnaast rijst steeds meer de verwachting dat Spanje de financiële problemen niet meer alleen kan oplossen. Spanje heeft hoogstwaarschijnlijk hulp nodig van de andere Euro-landen.
De defensieve, neutrale en offensieve beleggingsportefeuille van QP Advies noteren voor dit jaar een positief rendement. De zeer offensieve portefeuille noteert een daling van 0,5%. Dit terwijl de Europese beurzen flink in de min staan voor dit jaar. Een goede spreiding over beleggingscategorieën en regio’s brengt ook in deze tijd rust in de portefeuille. Omdat wij denken dat de onrust nog niet voorbij is, blijven wij negatief over aandelen en hebben wij een groot gedeelte van de portefeuilles geïnvesteerd in risicomijdende beleggingen. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met uw adviseur van QP Advies.


In de diepte | Het nieuwe pensioenstelsel
De één kijkt uit naar de datum dat hij/zij eindelijk met pensioen kan gaan. De ander wil nog niet aan de pensioendatum denken, omdat het arbeidsproces voldoende uitdaging en kansen biedt. Voor een derde ligt de pensioendatum nog zo ver in de toekomst, dat daar überhaupt niet over nagedacht wordt. Welke categorie ook voor u van toepassing is: bij het bereiken van uw pensioenleeftijd zult u aanspraak willen maken op uw pensioen. Zoals u wellicht heeft vernomen zijn er plannen voor wijzigingen met betrekking tot het pensioen. Hieronder volgt een korte toelichting op de hoofdpunten, waarbij aangetekend moet worden dat de uitwerking of gevolgen nog niet helemaal inzichtelijk zijn.

Het Nederlandse pensioenstelsel bestaat uit drie onderdelen, ook wel pijlers genoemd. De eerste pijler betreft de AOW. Dit pensioen wordt door de overheid geregeld. De tweede pijler is het pensioen dat u eventueel opbouwt via uw werkgever. De laatste pijler betreft het kapitaal dat u opbouwt via een lijfrenteverzekering of een geblokkeerde lijfrentebankspaarrekening.

Het nieuwe pensioenstelsel heeft betrekking op de tweede pijler in het pensioenstelsel, maar is gekoppeld aan de eerste pijler en zal consequenties hebben voor de derde pijler.

De belangrijkste redenen voor het wijzigen van het pensioen in de tweede pijler zijn:

  • Stijgende levensverwachting
De gemiddelde levensverwachting van Nederlandse vrouwen  bedraagt 82,5 jaar en van Nederlandse mannen 78,4 jaar. De prognose voor 2030 is 85,3 jaar (vrouwen) en 80 jaar (mannen)

  • Aanpassing van de AOW-leeftijd
Over de aanpassing van de AOW-leeftijd kunt u elders in deze nieuwsbrief meer lezen. De bedoeling van deze aanpassing in de eerste pijler is de kosten voor de overheid als gevolg van de toenemende levensverwachting te beperken. Uiteindelijk wordt de pensioenleeftijd 67 jaar, waarbij deze pensioenleeftijd in de toekomst verder kan worden verhoogd

  • Lagere dekkingsgraad
Door de kredietcrisis, de lage rente en de stijgende levensverwachting is de dekkingsgraad van veel pensioenfondsen drastisch verminderd. De dekkingsgraad geeft weer in hoeverre een pensioenfonds aan de toekomstige pensioenbetalingen kan voldoen. Bij een dekkingsgraad onder de 100% is er op dat moment onvoldoende geld om alle (toekomstige) pensioenuitkeringen uit te betalen. In mei 2012 stond de gemiddelde dekkingsgraad van de Nederlandse pensioenfondsen op 95%. De wettelijke grens is 105%
 
  • Beperkte inflatiecorrectie
Inflatie houdt in dat geld minder waard wordt, waardoor u er minder van kunt kopen. Bij de meeste pensioenregelingen worden opgebouwde nominale pensioenaanspraken onvoorwaardelijk toegezegd en de toekomstige indexaties (het verhogen van het pensioen om de inflatie te compenseren) voorwaardelijk.  Indien er geen of beperkte indexatie van het pensioen plaatsvindt, heeft dit (grote) gevolgen voor de uiteindelijke koopkracht
 
  • Hoge kosten
De kosten van de huidige min of meer gegarandeerde pensioenen zijn hoog. Mede ook door de verder toenemende vergrijzing. Door het beperken van de garantie blijven de kosten van het werknemerspensioen betaalbaar

Huidig pensioen versus nieuw pensioen
De huidige pensioencontracten zeggen veelal een uitkering toe. Dit is het geval bij een middelloon- of eindloonregeling. U ontvangt bijvoorbeeld vanaf pensioendatum een pensioenuitkering van € 20.000 per jaar. Indien de financiële positie van het pensioenfonds dit toelaat, zal de uitkering jaarlijks worden verhoogd (indexatie) voor het opvangen van de inkomensgevolgen van inflatie. Wanneer de financiële positie van het pensioenfonds onvoldoende is, kan er gekozen worden om de inleg voor het pensioen (de premie) te verhogen. In het uiterste geval kan worden besloten om het pensioen te verlagen. Dit laatste dreigt volgend jaar bij veel pensioenregelingen te gebeuren. Uw (toekomstige) pensioenuitkering wordt bijvoorbeeld verlaagd van € 20.000 tot € 19.000 per jaar.

In het nieuwe pensioenstelsel zal de uitkering minder zeker zijn. Voorgesteld is om de inleg voor het pensioen (de pensioenpremie die u en eventueel uw werkgever betaalt) te stabiliseren. Een verhoging van de inleg (premie) zal dan niet meer kunnen. Uw pensioenuitkering wordt daarmee afhankelijk van de rente, de genomen risico’s door het pensioenfonds en de behaalde rendementen door het pensioenfonds. Bij een tegenvallende financiële positie van het pensioenfonds kan uw uitkering bijvoorbeeld € 16.000 bedragen. Terwijl bij een goede financiële positie uw uitkering bijvoorbeeld € 21.000 per jaar bedraagt. Hiermee wil men voorkomen dat verdere stijging van de levensverwachting en tegenvallende rendementen automatisch tot hogere premies zullen leiden. Daarmee neemt de zekerheid van uw pensioenuitkering af. Overigens blijkt ook nu dat de uitkering van het pensioenfonds niet altijd zeker is, gezien de vele verlagingen van het pensioen die door pensioenfondsen zijn aangekondigd.

Gevolgen voor de 3e pijler
De fiscale regels voor aanvullend pensioen (derde pijler) worden als gevolg van de verhoging van de AOW leeftijd gewijzigd. De pensioenleeftijd, waarmee gerekend wordt, gaat naar 67 jaar in 2014. Dit heeft gevolgen voor de hoogte van de opbouw van het pensioen in de tweede pijler, maar zal ook gevolgen hebben voor de lijfrenteverzekeringen en lijfrenterekeningen die u zelf (als aanvulling op uw pensioen) afgesloten heeft. Om de betaalde lijfrentepremie fiscaal te kunnen verrekenen moet er sprake zijn van jaarruimte. Om aan te sluiten bij het werknemerspensioen in de tweede pijler wordt het premiepercentage voor de berekening van de lijfrentepremieaftrek in de jaarruimte verlaagd. U kunt dus minder aanvullend pensioen fiscaal aftrekbaar opbouwen. Ook voor ondernemers die doteren aan de oudedagsreserve wordt het percentage voor de berekening van de maximale dotatie verlaagd. Verder zullen de ingangsdata van lijfrenten gekoppeld worden aan de AOW leeftijd. Hoe tot nu toe opgebouwde waarde in lijfrentepolissen en bankspaarrekeningen behandeld gaat worden is nog niet duidelijk. Wellicht komt er een overgangsrecht voor reeds opgebouwde aanspraken.

Maak een Financieel Plan!
Uit een onlangs uitgevoerd onderzoek blijkt dat veel Nederlanders verwachten dat zijn/haar pensioen 75% van het laatst verdiende loon met volledige prijscompensatie zal bedragen. Dit is voor het overgrote deel van de Nederlanders te optimistisch gedacht. Door het wisselen van werkgever, tijdelijk minder werken, onvolledige indexatie, tegenvallende beleggingen, middelloonregeling of beschikbare premieregeling zal het werkelijke pensioen wellicht meer in de buurt van 50% (of zelfs nog minder) van het laatst verdiende loon liggen. Nu zegt een percentage op zich niets. Een veel belangrijkere vraag is hoeveel inkomen u nodig heeft om van te kunnen leven. Verlaging van de maandlasten, door bijvoorbeeld het aflossen van de hypotheek, zorgt uiteindelijk ook voor een hoger besteedbaar inkomen op pensioendatum. Daarnaast kunt u vermogen in box 3 opbouwen in de vorm van sparen/beleggen, waarmee u vanaf pensionering uw inkomen kunt aanvullen. De strekking is dat er meerdere mogelijkheden zijn om de door u gewenste toekomstige levensstijl mogelijk te maken. Het is belangrijk dat u zich laat informeren over de juiste oplossing in uw persoonlijke situatie. Een Financieel Plan helpt u bij het vaststellen, behalen en behouden van de door u gewenste levensstijl. Of dat nu vóór 67 jarige leeftijd is, of erna!


Renteverwachting hypotheken
QP Advies informeert u graag over de ontwikkeling van de rente en de verwachtingen omtrent de richting van de rente. Hierbij wordt een verschil gemaakt tussen de korte/variabele rente en de lange rente.

Verwachtingen voor de korte/variabele rente
In haar laatste vergadering heeft de Europese Centrale Bank (ECB) de beleidsrente niet gewijzigd. De rente blijft onveranderd op 1%. De grote hoeveelheid liquiditeit in de geldmarkt heeft ervoor gezorgd dat de korte rente de afgelopen periode licht is gedaald. Een vervolg in de economische crisis kan snel dichterbij komen. Dit zien we in het marktsentiment van de afgelopen dagen, waarbij de risicopremies op de geldmarkten iets zijn opgelopen.  Een stijgende risicopremie betekent een hogere rente.

Op basis hiervan verwachten wij dat de hypotheekrentetarieven voor variabele rente en rentevast perioden korter dan 1 jaar de komende periode wel eens licht zouden kunnen oplopen.

Verwachtingen voor de lange rente
De Nederlandse tienjaars rente is de afgelopen periode gedaald, evenals de tienjaars rente in Duitsland. Het lage rentepercentage in Nederland en Duitsland heeft alles te maken met de toegenomen zorgen over de situatie in Griekenland en Spanje. De politieke crisis in Griekenland heeft de lange rente doen dalen. Ook bestaan er zorgen over de zwakke Spaanse bankensector. Ratingbureau Moody’s heeft de kredietstatus van zestien Spaanse banken verlaagd. Dat was niet onverwacht, maar is allesbehalve bevorderlijk voor het vertrouwen.

Op basis hiervan verwachten wij dat de hypotheekrentetarieven voor rentevast perioden van 1 jaar en langer de komende periode gelijk blijven.

Disclaimer
Deze rentevisie is gebaseerd op een prognose afkomstig van de afdeling Balansmanagement van ABN AMRO Hypotheken Groep. De prognose is aangevuld en bewerkt door QP Advies. ABN AMRO Hypotheken Groep en QP Advies aanvaarden geen enkele aansprakelijkheid voor onjuistheden in de gegevens of prognoses, noch voor de consequenties van het al dan niet handelen op basis van de gepresenteerde renteprognoses en/of gegevens.


Overzicht spaarrente
Onderstaand geven wij u een overzicht van de internetspaarrekening die QP Advies u kan aanbieden. De banken die deze rekeningen aanbieden zijn allen aangesloten bij een collectieve garantieregeling. Voor een compleet overzicht geven wij ook de rentestand van de betreffende rekeningen per februari 2011.

Bank Rente Rente
Huidig Februari 2012
Aegon Eigen Stijl sparen 2,00% 2,00%
Aegon Eigen Stijl sparen (1) 2,14% 2,12%
Aegon Eigen Stijl sparen (2) 2,18% 2,16%
Aegon Eigen Stijl sparen (3) 2,32% 2,28%
Argenta Spaarrekening 2,55% 2,25%
Argenta Jongerenrekening (4) 2,70% 2,65%
Delta Lloyd Renterekening 2,10% 2,00%
Reaal Loyaalsparen (5) 2,75% 2,40%
Reaal Plussparen (6) 2,60% -
Westland Utrecht 2,70% -

(1) Minimaal spaarsaldo €10.000
(2) Minimale maandelijkse storting €100
(3) Minimaal spaarsaldo €10.000 + minimale maandelijkse storting €100
(4) < 18 jaar
(5) Maandeiljkse storting €50 - €500
(6) Minimaal spaarsaldo €10.000

Indien u een internetspaarrekening wilt openen, kunt u contact met ons opnemen. Wij zullen de aanvraag voor u in orde maken.


achtergrond