tel 071 40 102 10 • info@qp-advies.nl

November 2016

Belastingheffing 2017 over vermogen
Individueel of collectief pensioen?
Wetsvoorstel wijziging kinderalimentatie
Vermogensadvisering: Donald Trump
Renteverwachting hypotheken


Belastingheffing 2017 over vermogen
Tot en met 2016 wordt in box 3 over uw vermogen een fictief rendement van 4% berekend over uw vermogen (na aftrek van een vrijstelling). Over dit voordeel van 4% betaalt u 30% inkomstenbelasting. U betaalt dus 4% x 30% = 1,2% belasting over uw grondslag sparen en beleggen (uw vermogen minus de vrijstelling).

Vanaf 2017 verandert de berekening van de belasting die u moet betalen over uw grondslag sparen en beleggen. Er zijn dan 3 schijven. De belastingdienst gaat ervan uit dat u meer rendement maakt naarmate uw grondslag sparen en beleggen hoger is. Bij iedere volgende schijf gebruiken zij daarom een hoger percentage als fictief rendement. Over dit voordeel betaalt u vervolgens  30% inkomstenbelasting (gelijk aan 2016).

De overheid denkt namelijk dat u meer rendement haalt als u meer vermogen heeft. U kunt immers gaan beleggen in aandelen, obligaties en opties als u meer vermogen heeft. Een nogal vreemde conclusie van de overheid. De hoeveelheid vermogen is namelijk niet alleen bepalend of u belegt met uw vermogen. Of u belegt met uw vermogen wordt  met name bepaald door de volgende vragen:
• Hoeveel risico bent u bereid te accepteren
• Waar wil u het vermogen voor gebruiken?
• Hoe lang heeft u het vermogen niet nodig?

Toch wordt dit het nieuwe uitgangspunt van de belastingdienst. Vanaf 2017 gelden de volgende 3 schijven in box 3, waarbij de eerste € 25.000 per persoon vrijgesteld is van belastingheffing:
• Schijf 1: tot en met € 75.000
• Schijf 2: van € 75.001 tot en met € 975.000
• Schijf 3: vanaf € 975.001

Daarnaast zijn er 2 percentages waarmee de belastingdienst uw fictief rendement berekent: 1,63% en 5,5%. Per schijf wordt uw fictief rendement berekend met een mix van het percentage van 1,63% en het percentage van 5,5%. Valt een deel van uw vermogen in de 3e schijf? Dan rekent de belastingdienst voor dat deel van uw vermogen met het percentage van 5,5%.Het percentage van 1,63% is berekend aan de hand van spaartarieven van de afgelopen vijf jaar. Het percentage van 5,5% is berekend aan de hand van de rendementen  van een gespreide beleggingsportefeuille (een portefeuille die belegt in aandelen, onroerende zaken en obligaties) over de afgelopen vijf jaar. In de onderstaande tabel  ziet u hoe de belastingdienst uw belasting over uw vermogen vanaf 2017 berekent.

Tabel berekening voordeel uit vermogen vanaf 2017

Schijf Grondslag sparen 
en beleggen
Percentage
1,63%
Percentage
5,5%
Fictief
rendement
1 Tot en met € 75.000 67% 33% 2,9%
2 Van € 75.001 tot en met
€ 975.000
21% 79% 4,7%
3 Vanaf € 975.001 0% 100% 5,5%

Heeft u een fiscale partner? Dan mag u de gezamenlijke grondslag sparen en beleggen verdelen op de manier die voor u beiden het voordeligst is. U berekent ieder uw eigen voordeel en de belasting die over dat voordeel wordt betaald.

Indien u een vermogen heeft dat onder de € 100.000 per persoon blijft (namelijk € 75.000 van de eerste schijf vermeerderd met de € 25.000 die vrijgesteld is), bedraagt het fictief rendement 2,9%. Dat is minder dan de  4% die de belastingdienst op dit moment rekent. U bent dan dus minder belasting verschuldigd. Maar indien u een hoger vermogen heeft, dan gaat het fictief rendement  omhoog. Overigens is een rendement van 2,9%  op dit moment al niet haalbaar met sparen, maar een rendement van 4,7% of 5,5% zeker niet. U wordt dus min of meer door de belastingdienst gedwongen om te gaan beleggen met uw vermogen. U heeft immers meer rendement nodig dan de rente op een spaarrekening om de belasting te kunnen betalen op uw vermogen, zonder dat u inteert op uw vermogen. Bovendien moet u dan eigenlijk ook nog de inflatie (geld wordt jaarlijks minder waard) meenemen om de koopkracht van uw vermogen in stand te houden. De inflatie is op dit moment echter erg laag.

Indien u een behoorlijk vermogen heeft, is het van belang om na te gaan wat uw doel (of doelen) is (zijn) met het vermogen. Vervolgens is het van belang hoe lang u het vermogen niet nodig heeft. Tenslotte is het belangrijk om na te gaan hoeveel risico u wenst te accepteren over uw vermogen. De hoogte van de belastingheffing speelt zeker wel een rol, maar is niet bepalend voor de vraag of u wenst te beleggen met uw vermogen. Bovendien zijn er voldoende andere mogelijkheden om de belastingheffing te beperken. Wilt u meer weten over de mogelijkheden met uw vermogen en de mogelijkheid om de belastingheffing te beperken? Neem dan contact op met een adviseur bij QP Advies. 


Individueel of collectief pensioen?
Uit een onderzoek van ABN AMRO/MeesPierson blijkt dat 42% van de deelnemers aan dit onderzoek een individuele opbouw van pensioen wenst en 75% wil in ieder geval zelf de pensioenuitvoerder kunnen kiezen. Uit een ander onderzoek, van de Pensioenfederatie, blijkt juist dat 75% van de deelnemers van dit onderzoek wél een collectief pensioen wenst en blij is als alles standaard geregeld wordt.
Het Sociaal Cultureel Planbureau stelde onlangs dat 61 jaar de gewenste leeftijd is om te stoppen met werken. Pensioenverzekeraar Aegon gaf aan dat de pensioenleeftijd snel omhoog moet naar 70 jaar om alles betaalbaar te houden. De huidige pensioenleeftijd is 67 jaar en de feitelijke pensioenleeftijd is inmiddels ongeveer 64 jaar.

Wat is waar en wat zeggen deze onderzoeken nu eigenlijk?
De conclusie is dat deze onderzoeken niet bijzonder veel zeggen. De manier van vragen, de soort vragen en situatie/levensfase waarin de deelnemer zich bevindt geven bepaalde uitkomsten.

Daar het grootste deel  (70%) van de Nederlanders zich niet of nauwelijks interesseert voor pensioen en eigenlijk geen idee heeft hoe zijn of haar pensioenregeling is, is het maar de vraag of het ‘pensioenbewustzijn’ op korte termijn zal veranderen. Ook niet met een verbeterde pensioencommunicatie. Pensioen wordt als te ingewikkeld ervaren. Daarnaast zijn lange termijn beslissingen lastig en stellen we liever uit tot morgen.
Keuzevrijheid is een vaak gehoorde opmerking. De praktijk is dat veel pensioendeelnemers die iets te kiezen hebben, bijvoorbeeld met betrekking tot het beleggingsrisico, geen keuze maken en de standaardkeuze van de maatschappij volgen.

Individuele opbouw, collectieve dekking risico, meer keuzemogelijkheden… De komende tijd zal duidelijk worden wat de wijzigingen in het pensioenstelsel zullen zijn. Belangrijker is echter de vraag in hoeverre u zelf inzicht heeft in uw financiële situatie, alleen dan kunt u bewust en op uw persoonlijke situatie gerichte keuzes maken met betrekking tot uw pensioen. Uiteraard helpen wij u graag met het verkrijgen van dit inzicht. U kunt hiervoor contact opnemen met de pensioenadviseur van QP Advies.


Wetsvoorstel wijziging kinderalimentatie
Begin dit jaar is er een wetsvoorstel ingediend om de regels over kinderalimentatie te herzien. Het doel is om in de wet regels vast te leggen over de duur en de hoogte van kinderalimentatie. Momenteel wordt er enerzijds gekeken naar de behoefte van de kinderen en anderzijds naar de draagkracht van de ouders. Voor het bepalen van de behoefte van het kind wordt gebruik gemaakt van de trema-normen. Maar in hoeverre sluiten deze normen aan op de werkelijkheid? De huidige berekeningswijze is te ingewikkeld en kan tot discussies leiden. Daarbij houdt het niet voldoende rekening met de verdeling van de zorgtaken tussen beide ouders. Het wetsvoorstel moet het minder ingewikkeld, transparanter en eerlijker maken.

Hieronder volgt een opsomming van de voorgestelde wijzigingen:
  • Betere aansluiting op het ouderschapsplan. Wie neemt welke taken op zich en welke kosten gaan hiermee gemoeid, denk aan kleding, sport, verzorging, zakgeld etc. Er moeten tabellen komen met forfaitaire bedragen per leeftijdsgroep afhankelijk van het inkomen. Daarnaast wordt gerekend met een verblijfspercentage. Hoeveel nachten slaapt het kind bij de ene ouder en hoeveel bij de andere ouder;
  • Minimumbijdrage per ouder. Er is nu geen minimumbedrag in de wet vastgelegd. Vaak wordt er een minimumbedrag van € 25,00 afgesproken, maar er kan ook om een nihilstelling gevraagd worden;
  • Nieuwe partners kunnen niet verplicht worden om mee te betalen;
  • Alimentatieplicht tot 18 jarige leeftijd als het kind niet studeert en anders tot 23-jarige leeftijd. Nu is dat tot 21-jarige leeftijd.

Indien het wetsvoorstel wordt aangenomen, geldt dit alleen voor nieuwe situaties. Uw echtscheidingsmediator van QP Advies zal u op de hoogte houden van de ontwikkelingen. Heeft u eerder vragen, kunt u uiteraard contact opnemen.


Vermogensadvisering: Donald Trump
Donald Trump heeft de Amerikaanse presidentsverkiezingen gewonnen. De uitslag is voor velen verrassend, omdat men in het algemeen rekening had gehouden met een winst van Hillary Clinton. Volgens de opiniepeilers zou Clinton de verkiezingen winnen, maar zij zaten er, net als bij Brexit, volledig naast.

De financiële markten reageren negatief. Ook zij hadden rekening gehouden met een winst van Clinton. Dinsdag liepen de beurskoersen op, toen peilingen wezen op een overwinning van Clinton.
De winst van Trump maakt de financiële markten onzeker. Beleggers vragen zich wat de politieke en economische gevolgen zullen zijn van zijn beleid.

Wereldwijd openden beurzen  lager. Het bleek een kortstondige reactie te zijn, omdat dezelfde dag de koersen weer stegen.

QP Advies analyseert de ontstane situatie zorgvuldig en zal indien zij dat nodig acht actie ondernemen.


Renteverwachting hypotheken
QP Advies informeert u graag over de verwachte ontwikkeling van de hypotheekrente. Hierbij wordt een verschil gemaakt tussen de korte/variabele rente en de lange rente.

Verwachtingen voor de korte/variabele rente (t/m 5 jaar vast)
Wij houden er rekening mee dat de Amerikaanse centrale bank in december haar officiële rentetarief zal verhogen. De daling van de werkloosheid en de licht oplopende inflatie biedt haar ruimte om het rentebeleid te normaliseren. De Europese Centrale Bank (ECB) is hier voorlopig niet aan toe. Weliswaar loopt ook in Europa de inflatie op. De grondstoffenprijzen duwen het prijspeil immers niet langer naar beneden. Maar met 0,5% ligt de inflatie nog ruim onder de 2%-streefwaarde van de ECB. En gezien de zwakke bestedingen en de hoge werkloosheid zal het wel even duren voordat de ECB’s streefwaarde weer in zicht komt.

Om de inflatie op te drijven, heeft de ECB de rente al diverse keren verlaagd. De laatste keer was in maart. Het depositotarief (het tarief waartegen banken korte tijd geld kunnen stallen bij de ECB) ligt sindsdien op -0,4%. De kans dat de ECB de rente verder verlaagt, achten wij klein. Een verdere verlaging leidt namelijk tot hogere kosten voor banken, wat de stabiliteit het bankwezen kan aantasten. Bovendien duwt een verdere renteverlaging de wisselkoers van de euro omlaag, wat onrust op internationale valutamarkten kan veroorzaken. De ECB laat de rentetarieven daarom ongemoeid. We verwachten dat de korte rente iets oploopt als gevolg van de stijging van de rente op de kapitaalmarkten.


Verwachtingen voor de lange rente (vanaf 10 jaar vast)
De ECB koopt op grote schaal obligaties op. Daarmee tracht zij de lange rente laag te houden en de kredietverlening te stimuleren. Dit moet leiden tot een sterkere groei van de economie en een hogere inflatie. Om de kans van slagen te vergroten heeft de ECB in maart besloten het opkoopprogramma te vergroten. Dit heeft echter nog niet geresulteerd in een sterke verbetering van de economie en ook niet in een hogere verwachte inflatie.

Wij houden er rekening mee dat de ECB binnenkort bekendmaakt dat zij langer doorgaat met obligaties opkopen. Zij zal niet in maart, maar pas in september stoppen met de maandelijkse aankopen ter waarde van EUR 80 mld. Daarnaast zal de ECB zich minder beperkingen opleggen ten aanzien van de obligaties die zij koopt. Obligaties met een rendement onder de depositorente (-0,4%) zullen niet langer taboe zijn, noch die met een looptijd korter dan twee jaar. Als de ECB de focus van haar opkoopprogramma inderdaad verschuift naar kortere looptijden, dan zullen de rentetarieven tot tien jaar sterker onder druk komen te staan dan die met een looptijd langer dan tien jaar. Bij de extreem lange looptijden van twintig tot dertig jaar kunnen de rentetarieven zelfs iets oplopen.

Disclaimer
Deze rentevisie is gebaseerd op een prognose afkomstig van de afdeling Balansmanagement van ABN AMRO Hypotheken Groep. De prognose is aangevuld en bewerkt door QP Advies. ABN AMRO Hypotheken Groep en QP Advies aanvaarden geen enkele aansprakelijkheid voor onjuistheden in de gegevens of prognoses, noch voor de consequenties van het al dan niet handelen op basis van de gepresenteerde renteprognoses en/of gegevens.


achtergrond