tel 071 40 102 10 • info@qp-advies.nl

Januari 2015

Hypotheek
Pensioen
Sociale Zekerheid
FinanciŽle Planning
Vermogensadvies
Mediation
Renteverwachting hypotheken
Spaarrente


Hypotheek
U kunt volgend jaar minder lenen voor de aankoop van een woning. Niet alleen wordt de verhouding tussen de waarde van de woning en het inkomen verlaagd. Ook de maximale hypotheek ten opzichte van het inkomen daalt.

Inkomen
Het budgetbureau NIBUD heeft voor 2015 de maximale financieringslast anders berekend. Er wordt nu rekening gehouden met min of meer onvermijdbare uitgaven zoals de hogere zorgkosten. Maar er wordt ook rekening gehouden met de (eventuele) komst van kinderen. Hogere inkomens hebben meer ruimte in hun budget om dit op te vangen. Vandaar dat voor de hogere inkomens de maximale financieringslast minder daalt dan voor lagere inkomens. Daarnaast houdt het Nibud ook rekening met de koopkracht van de huishoudens en de lagere hypotheekrente. Doordat de hypotheekrente in 2014 gedaald is, kan er meer geleend worden. Maar de lagere rente leidt er ook toe dat er minder hypotheekrente fiscaal van het inkomen kan worden afgetrokken. En dat beperkt de leencapaciteit weer.

Bij een gelijke rentestand van (verondersteld) 3,25 procent kan u met een inkomen van 30.000 euro in 2015 maximaal 137.018 euro lenen, dat is 9.464 euro minder ten opzichte van 2014. Een woningkoper met een inkomen van 50.000 euro kan in 2015 15.773 euro minder lenen, namelijk 228.364 euro.

Waarde van de woning
De maximaal toegestane verhouding tussen de woningwaarde en hypotheek (loan-to-value percentage) daalt ook verder. In 2014 mag een hypotheek nog 104% van de woningwaarde bedragen. In 2015 daalt dat maximum naar 103%. Voor de crisis kwam het voor dat men tot boven de 115% van de waarde van de woning leende. De komende jaren daalt de maximaal toegestane verhouding tussen de woningwaarde en hypotheek tot 100% in 2018. Door de daling van de maximale hypotheek tot 103% van de waarde van de woning is het niet meer mogelijk om bij het kopen van een woning de bijkomende kosten volledig mee te financieren. Het is verstandig om een goede spaarbuffer te hebben indien u een woning wilt kopen.


Pensioen
Sinds 1 januari 2013 gaat de datum dat u AOW ontvangt stapsgewijs omhoog en zal uiteindelijk in 2021 op 67 jaar uitkomen. Vanaf 1 januari 2015 vinden er een aantal wijzigingen plaats en wordt uw pensioenregeling bij uw werkgever aangepast. Hieronder een opsomming van de maatregelen die van toepassing zijn:

• De pensioenleeftijd wordt aangepast naar 67 jaar
• Het maximale deel dat binnen het pensioensysteem gebruikt mag worden voor het pensioen wordt verlaagd van 2,15% naar 1,875%
• In 40 jaar kan een pensioen opgebouwd worden van 75% van het gemiddelde inkomen
• Het maximale salaris waarover pensioen opgebouwd mag worden bedraagt € 100.000
• Voor mensen met een hoger inkomen dan € 100.000 wordt het mogelijk om vrijwillig fiscaal vriendelijk bij te sparen uit het netto loon (netto lijfrente / netto pensioen)
• Voor de ondernemer geldt dat de dotatie aan de Oudedag Reserve (OR)  9,8% bedraagt met een maximum van € 8.640
• De jaarruimte voor het storten van een lijfrentepremie wordt naar beneden aangepast

Uit diverse onderzoeken blijkt dat de gemiddelde Nederlander weinig interesse lijkt te hebben in hun pensioen. Pensioen wordt als moeilijk en lastig ervaren. Het jaarlijkse pensioenoverzicht wordt bij de eerdere pensioenoverzichten in de administratie opgeborgen. De hierboven genoemde wijzigingen hebben echter (aanzienlijke) gevolgen voor uw ouderdomspensioen en eventueel nabestaandenpensioen. Hierbij kunt u denken aan:

• Ga ik hierdoor minder pensioen opbouwen en zo ja, is dit voor u acceptabel?
• Moet ik extra maatregelen nemen in de vorm van:
o Bijsparen in de pensioenregeling
o Verlagen van de toekomstige lasten door aflossing van de hypotheek
o Zelf sparen en/of beleggen
• Hoe compenseert mijn werkgever mij voor de lagere pensioenlasten die voor hem van toepassing zijn?
• Een lagere pensioenopbouw betekent vaak dat het nabestaandenpensioen voor uw partner lager uitvalt. Hoe groot is die daling en heeft mijn partner dan voldoende inkomen indien ik onverhoopt kom te overlijden?

Ik adviseer u om zelf uw pensioen na te kijken. Of laat uw adviseur van QP Advies u informeren over de gevolgen voor uw financiële situatie. Binnenkort ontvangt u een aanvullende nieuwsbrief over de pensioenwijzigingen.


Sociale Zekerheid
In 2015 zijn er een drietal belangrijke wijzigingen in de WW. De duur van de WW uitkering wordt beperkt tot 24 maanden (was 38 maanden). U krijgt bij werkloosheid dus minder lang een uitkering. Bovendien bent u na zes maanden verplicht alle aangeboden arbeid te accepteren (is nu twaalf maanden). Tenslotte wordt het lonend om werk te accepteren, ook al is dit minder goed betaald dan de WW-uitkering.

Het wordt dus steeds belangrijker om een goede buffer aan spaargeld te hebben, zodat u eventuele inkomensgevolgen van werkloosheid kunt opvangen. Het budgetbureau NIBUD adviseert om drie tot zes netto maandsalarissen als buffer aan te houden.


FinanciŽle Planning
Voor de directeur groot aandeelhouder (DGA) geldt al jaren de gebruikelijk loon regeling. Doel van deze regeling is dat de DGA een normaal zakelijk salaris krijgt. De DGA heeft namelijk de mogelijkheid om zelf zijn salaris vast te stellen. In het verleden bleek dat hij zijn salaris vaak op een onzakelijk laag bedrag bepaalde om op die manier belastingheffing te ontlopen. Om dit tegen te gaan is de gebruikelijk loon regeling ingevoerd. Deze regeling wordt nu aangepast.

De gebruikelijk loon regeling houdt in dat de Belastingdienst er vanuit gaat dat het salaris van de DGA minimaal € 44.000 bedraagt. Wanneer een gewone werknemer in een soortgelijke dienstbetrekking meer verdient dan € 44.000 dan wordt het gebruikelijk loon bij de DGA gesteld op dat hogere bedrag. Daarbij mocht een marge van 30% in acht genomen worden. Vanaf 2015 bedraagt die marge echter nog maar 25%. Om de gevolgen toe te lichten heb ik een voorbeeld opgenomen:

Bart is DGA. Werknemers in een soortgelijke dienstbetrekking verdienen € 80.000. Het gebruikelijk loon voor Bart in 2014 bedraagt € 56.000 (70% van € 80.000). In 2015 bedraagt het gebruikelijk loon € 60.000 (75% van € 80.000).

Naast de aanpassing van de marge wordt het begrip soortgelijke dienstbetrekking vervangen door meest vergelijkbare dienstbetrekking. Dit moet de Belastingdienst meer ruimte geven om een vergelijkbaar inkomen vast te stellen.

De Belastingdienst heeft in het verleden veel afspraken gemaakt met DGA’s over de hoogte van het salaris. Volgens het kabinet heeft de Belastingdienst een jaar nodig om de afspraken te herzien. Tot die tijd dient het inkomen van de DGA in 2015 gesteld te worden op 75/70 deel van het loon in 2013.

De verhoging van het inkomen heeft invloed op de gehele financiële situatie van de DGA. U kunt daarbij denken aan de pensioenregeling, de aftrek van de hypotheekrente en de fiscale optimalisatie van het inkomen. In de pensioenregeling speelt bovendien (zie onderdeel pensioen in de nieuwsbrief) de maximering van het inkomen voor de pensioenopbouw een rol. Als DGA is het daarom belangrijk om uw financiële planning aan te passen op deze ingrijpende wijzigingen. Maak daarvoor een afspraak met uw adviseur bij QP Advies.


Vermogensadvies
De herfst is het seizoen waarin enkele van de meest dramatische gebeurtenissen in de geschiedenis hebben plaatsgevonden. Eén daarvan is Zwarte Maandag, 19 oktober 1987, de dag waarop de mondiale aandelenmarkten aan een val van 20 procent begonnen. Zwarte Woensdag, 16 september 1992, de dag waarop het Britse pond door speculanten uit het Europees Wisselkoersmechanisme werd gedrukt. Of de dag waarop Lehman Brothers failliet ging, 15 september 2008, waarmee de meest dramatische fase van de recente financiële crisis in gang werd gezet.

Ook deze herfst deed soms aan die donkere dagen denken. Amerikaanse aandelen verloren in september bijna 3%, en in één week in oktober nog eens 4,5%. Dit is wat het Financieel Dagblad en de Financial Times in oktober schreven:

“Voor wie eerder een mondiale financiële crisis heeft meegemaakt bracht woensdagochtend in New York een angstaanjagende flashback.” (Financial Times)
“ “Sinds de schuldencrisis in de eurozone is de volatiliteit van de Amerikaanse aandelenmarkt niet meer zo hoog geweest …”(Financieel Dagblad)

Oktober bleek uiteindelijk echter een goede maand voor Wall Street (en andere beurzen), en de winst van meer dan 3% over de maand maakte de verliezen van september weer goed.
Een dergelijke kortdurende volatiliteit (op en neer bewegen van de koersen) kan beleggers onzeker maken en daardoor tot slechte beslissingen leiden. Voor veel beleggers zal het verleidelijk zijn geweest om de verliezen in oktober op te vangen door aandelen te verkopen. Maar daardoor zouden ze het risico hebben gelopen dat ze niet hadden geprofiteerd van de sterke rally die onmiddellijk na de koersval volgde. Ook in december zijn er de nodige koersbewegingen geweest, maar in de dagen voor Kerst zijn de verliezen ruimschoots goed gemaakt.

Het voorspellen van de toekomstige richting van de markt is vrijwel onmogelijk, en uit studies blijkt dat beleggers die dat proberen doorgaans slechter presteren dan beleggers die in de markt blijven en gedisciplineerd vasthouden aan een gediversifieerde strategie (bron Dimensional). QP Advies kiest
voor die laatste aanpak. We blijven belegd en zorgen door middel van een spreiding over zestien beleggingscategorieën dat u kunt profiteren van de groei die de financiële markten op lange termijn te bieden hebben. Wij houden onze strategieën regelmatig tegen het licht, maar laten ons nooit afleiden door de korte termijndriften in de markt, zoals we die ook dit najaar hebben beleefd. Indien u meer weten over het Vermogensadvies van QP Advies, kunt u contact met ons opnemen.


Mediation
De Wet hervorming kindregelingen heeft invloed op de hoogte van de alimentatie. Met ingang van 1 januari 2015 vindt er een hervorming en versobering van de kindregelingen plaats. De huidige 11 regelingen worden teruggebracht naar 4 regelingen, te weten de kinderopvangtoeslag, de inkomensafhankelijke combinatiekorting, de kinderbijslag en het Kindgebonden budget.

Ook het fiscaal voordeel inzake de “aftrek levensonderhoud kinderen tot 21 jaar” verdwijnt. Momenteel kan de alimentatiebetaler de kosten voor levensonderhoud van kinderen tot 21 jaar tot een forfaitair bedrag als aftrekpost opvoeren. Dit kan onder bepaalde voorwaarden:

• Minimumbedrag wat aan kosten moet worden gemaakt
• Alimentatiebetaler mag geen kinderbijslag ontvangen
• Het kind mag geen studiefinanciering ontvangen

Bij de berekening van de kinderalimentatie is al rekening gehouden met dit fiscale voordeel.
Vanaf 1 januari 2015 vervalt deze aftrekpost. Netto kan de alimentatiebetaler er dus op achteruit gaan. Het is de vraag of deze wijziging een gegronde reden is voor aanpassing van de kinderalimentatie. Voor de alimentatieontvanger verandert er niets, want de ontvangen kinderalimentatie is niet belast voor de inkomstenbelasting.

Ik adviseer u om uit te rekenen wat dit voor uw financiële situatie betekent. Indien dit grote financiële gevolgen heeft, kunt u met uw ex-partner in gesprek te gaan. Welke financiële gevolgen heeft dit voor uw netto-inkomen en kunt u samen tot een overeenstemming komen. Uw MfN Mediator van QP Advies kan hierbij begeleiden.

Indexering 2015
Elk jaar wijzigt het loon en prijspeil. Dat is de reden waarom de alimentatiebedragen jaarlijks wettelijk worden aangepast (artikel 1:402aBW). Dit betreft zowel kinderalimentatie als partneralimentatie. Het indexeringspercentage is voor 2015 vastgesteld op 0,8%. Dat betekent dat iedere € 100 aan alimentatie verhoogd wordt met € 0,80.


Renteverwachting hypotheken
QP Advies informeert u graag over de ontwikkeling van de rente en de verwachtingen omtrent de richting van de rente. Hierbij wordt een verschil gemaakt tussen de korte/variabele rente en de lange rente.

Verwachtingen voor de korte/variabele rente
De korte rente is vrijwel gelijk gebleven in de afgelopen periode.
De Europese Centrale Bank houdt voorlopig vast aan haar uitzonderlijk lage rentetarieven. De ECB moet ervoor zorgen dat de inflatie in de eurozone op ongeveer 2% ligt. Maar de inflatie bedraagt momenteel minder dan 0,5%. En de kans is groot dat de inflatie nog verder zal afnemen. Dit in verband met de daling van de grondstoffenprijzen. De forse olieprijsdaling vergroot het risico van deflatie, wat het argument voor lage rentetarieven versterkt. Daarnaast hebben banken weinig gebruik gemaakt van de mogelijkheid om bij de ECB extra gelt te lenen. Dit zorgt voor druk bij de ECB op de economie te stimuleren met het aankopen van staatsobligaties. Het verruimen van het monetair beleid heeft naar onze mening eveneens een licht verlagend effect op de korte rente. Wij achten het daarom waarschijnlijk dat de korte hypotheekrente voorlopig laag blijft.

Verwachtingen voor de lange rente
De lange rente is gedaald in de afgelopen periode. De Nederlandse overheid betaalt voor een obligatie met een looptijd van tien jaar nog geen 0,8%. Dat is 1,5% minder dan aan het begin van 2014. Door de verdere daling van de olieprijs is de angst op deflatie toegenomen. Om invloed uit te kunnen oefenen op inflatie, wordt er vanuit de ECB steeds duidelijkere berichten ontvangen over het aankopen van staatsobligaties. De kans is groot dat de ECB staatsobligaties zal opkopen. Dit vooruitzicht duwt de kapitaalmarktrente naar beneden. In lijn hiermee zijn ook de tarieven waartegen banken zich kunnen financieren, gedaald. Daarom houden wij er rekening mee dat de lange hypotheekrente gelijk blijft en mogelijk licht daalt.

Disclaimer
Deze rentevisie is gebaseerd op een prognose afkomstig van de afdeling Balansmanagement van ABN AMRO Hypotheken Groep. De prognose is aangevuld en bewerkt door QP Advies. ABN AMRO Hypotheken Groep en QP Advies aanvaarden geen enkele aansprakelijkheid voor onjuistheden in de gegevens of prognoses, noch voor de consequenties van het al dan niet handelen op basis van de gepresenteerde renteprognoses en/of gegevens.


Spaarrente
Bank Huidige rente Rente juli 2014 Voorwaarden
Argenta Spaarrekening 1,65% 1,65% Geen
Argenta Jongerenrekening 1,8% 1,8% < 18 jaar
Delta Lloyd internetrekening 1,2% 1,3% Saldo tot € 25.000
Delta Lloyd internetrekening 1,4% 1,5% Saldo vanaf € 25.000
Reaal keuzesparen 1,35% 1,35% Geen
Zwitserleven Maandsparen 1,6% 1,7% Maandelijkse inleg € 100-€ 1.000


achtergrond